U bent hier

De resultaten van het vervoerplan

Een bedrijfsvervoerplan?

In een streven naar de verbetering van de luchtkwaliteit (milieudoelstelling) en het verkeer (mobiliteitsdoelstelling), hebben de verplichte bedrijfsvervoerplannen in het Brussels Hoofdstedelijk 

Gewest tot doel een overstap teweeg te brengen van de gemotoriseerde verplaatsingen naar meer duurzame vervoerwijzen.

De bedrijven (zonder onderscheid tussen de private en publieke sector) die op eenzelfde site in Brussel meer dan 100 werknemers tewerkstellen, moeten verplicht een bedrijfsvervoerplan (BVP) opstellen. Om de drie jaar moeten ze een diagnose van hun verplaatsingen en een actieplan opstellen.

Wat is het profiel van de betrokken bedrijven?

De belangrijkste activiteitensectoren waarop de vervoerplannen betrekking hebben (in percentage van het aantal banen), zijn de federale overheidsinstellingen, de banken en verzekeringen, de gezondheidszorg (ziekenhuizen en soortgelijk), de dienstenbedrijven en de Europese instellingen.

Sommige activiteitensectoren zijn geconcentreerd in het stadscentrum (horeca, overheidsinstellingen, banken en verzekeringen), terwijl andere hoofdzakelijk in de tweede kroon gevestigd zijn (grootwarenhuizen, onderwijs, ziekenhuizen, industrie).

Sommige activiteitensectoren hebben een zeer klein geografisch werkgelegenheidsgebied (Europese instellingen, gemeentebesturen en OCMW’s, horeca), terwijl dat voor andere activiteitensectoren zeer uitgestrekt is (federale en Vlaamse instellingen, instanties van de Franse Gemeenschap, banken en verzekeringen).

Welke vervoerswijzen gebruiken de werknemers?

  • De trein is de vervoerswijze die het meest gebruikt wordt om naar het werk te gaan. Zijn gebruik neemt toe.
  • De auto is de tweede meest gebruikte vervoerswijze. Zijn gebruik is sinds 2006 sterk gedaald.
  • Aan carpooling wordt maar heel weinig gedaan en gaat erop achteruit.
  • De motor kent eveneens een marginaal gebruik, maar zijn gebruik is licht gestegen.
  • Het stedelijk openbaar vervoer (MIVB, De Lijn en TEC) wordt door 1 op de 5 werknemers gebruikt.
  • Het gebruik van door het bedrijf ingelegde pendelbussen is marginaal en neemt af. Het komt vooral voor in de industrie.
  • De fiets kent een groeiend gebruik.
  • De verplaatsingen te voet zijn licht gestegen.

Slechts een derde van de werknemers van de bedrijven met een vervoerplan, woont in het Brussels Hoofdstedelijk G-Gewest. Deze bedrijven werven dus mensen aan die van ver komen: gemiddeld 25 km.

Dat verklaart het belang van de trein in het woon‑werkverkeer en het vrij lage aandeel van de fiets en verplaatsingen te voet.

Wat is de impact van uw acties op de mobiliteit van de werknemers?

De locatie van het bedrijf en de woonplaats van de werknemers beïnvloedt sterk de keuze van de vervoerswijze, maar het door de bedrijven toegepaste mobiliteitsbeleid speelt eveneens een belangrijke rol.

De Brusselse bedrijven voeren steeds meer maatregelen in ter bevordering van een duurzame mobiliteit. In 3 jaar is het aantal maatregelen per werknemer gestegen tot 27.

Versnellen de vervoerplannen de verandering?

De invoering van een vervoerplan beïnvloedt het gebruik van de auto. In de bedrijven met een vervoerplan daalt het autogebruik sterker dan in de Brusselse bedrijven in hun geheel.

Een aanpak om verder te zetten

De bedrijven moeten hun vervoerplan om de 3 jaar updaten. In hun doelstellingen hebben ze vooropgesteld om tegen 2017 het aandeel van de auto nog te verlagen.

Om hun hierbij te helpen, stelt het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hun een begeleiding ter beschikking. Zo kan elk bedrijf een audit laten uitvoeren en opleidingen volgen.

Meer weten?

Raadpleeg het volledige rapport met alle cijfers.

Aan de hand van de analyses per activiteitensector kunt u een benchmark opstellen met vergelijkbare bedrijven.

Datum van de update: 18/09/2017