U bent hier

Beste technologieën: lucht

Het gebruik van GGO’s en/of pathogene organismen brengt een risico mee voor besmetting via de lucht. Hoe isoleert u sprays en zeer kleine stofdeeltjes die gedurende lange tijd in de lucht aanwezig blijven? Ventileer uw lokalen op een efficiënte wijze.

Doordachte ventilatie

Voorzie een apart ventilatiesysteem voor uw laboratoria. Het is een eerste voorwaarde om gevaarlijk stoffen te isoleren. Installeer gesloten en geventileerde afzuigkappen zodat dampen, stofdeeltjes en gevaarlijke gassen niet kunnen ontsnappen. Pas op: afzuigkappen met horizontale laminaire stroming zijn niet toegelaten voor de behandeling van pathogene of genetisch gemodificeerde (micro-)organismen.

Moet u een biologische veiligheidskast of isolatieruimte voorzien? Uw toelating voor ingeperkt gebruik legt de verplichting voor een isolatieruimte op als dat nodig blijkt. Laboratoria van het type L3 moeten in elk geval tenminste één biologische isolatieruimte hebben als ze open behandelingen uitvoeren. Kies voor een isolatieruimte in functie van de installaties voor ingeperkt gebruik en geef de voorkeur aan onderhoudsgemak en een laag geluidsniveau. Wilt u de vensters kunnen openzetten voor een betere ventilatie? Opgepast: De ramen van laboratoria van inperkingsniveau 2 moeten in elk geval gesloten blijven gedurende elk experiment dat u uitvoert.

De vensters van laboratoria van het type L3 moeten hermetisch afgesloten zijn. Bovendien moet de aanvoer van de warme lucht in de lokalen gebeuren via een specifieke en onafhankelijke groep. De lucht moet ook via een afzonderlijk circuit worden afgevoerd. Neem de nodige voorzorgen zodat de groepen voor aan- en afvoer met elkaar in communicatie staan waardoor elke overdruk onmogelijk is. Plaats ook een alarmsysteem dat u bij elk defect ogenblikkelijk waarschuwt.

Momenteel legt geen enkel reglement percentages voor luchtverversing op. Toch raden wij u aan om het luchtvolume in een laboratorium van het type L3 acht tot tien keer per uur te verversen.

Onderdruk

De Brusselse wetgeving bepaalt dat er in laboratoria van het type L3 altijd een onderdruk moet zijn ten opzichte van de omliggende lokalen. Die zorgt voor een luchtdichtheidsbarrière die van wezenlijk belang is bij inperking.

De onderdruk moet besmetting van het milieu verhinderen. U mag deze onderdruk niet verwarren met de overdruk in bijvoorbeeld de ‘witte zalen’ in farmaceutische laboratoria die besmetting van de productie moeten verhinderen.

Hoe een efficiënte onderdruk garanderen? Controleer de onderdruk met een manometer en een alarmsysteem. Uw laboratorium moet onder andere ook uitgerust zijn met een apparaat dat de druk weergeeft en opvolgt. Deze drukken moeten worden weergegeven in een register dat u ter beschikking moet stellen van de ambtenaren van Leefmilieu Brussel in geval van een controle.

Geen enkel reglement bepaalt het niveau van de toe te passen onderdruk. Een goede laboratoriumpraktijk voorziet in een onderdruk tussen -20 en -50 Pa. De reglementering voor HIV-laboratoria legt -10 Pa op in de luchtsluis en -30 Pa in het labo zelf, dat de bedoeling heeft een differentiële onderdruk te creëren tussen de lokalen.

Filters

De luchtuitstoot in laboratoria van het type L3 moet verplicht worden gefilterd door HEPA-filters (High Efficiency Particulate Air), of met een andere naam: ‘absolute filters’.

Hun belangrijkste kenmerk? Ze bestaan uit een dikke laag cellulosevezels die de kleine stofdeeltjes uit de lucht plukken. Hun doeltreffendheid staat buiten kijf en ze vormen de ideale oplossing voor biologische stoffen. Hun gegarandeerde minimale efficiëntie bedraagt 99,999% (voor tegengehouden deeltjes) bij 0,3 µm. Hun efficiëntie is meer dan 99,999% voor grotere (de meeste bacteriën hebben een diameter van meer dan 0,3 µm) en kleinere deeltjes (het merendeel van de virussen hebben een diameter van ruim beneden de 0,3 µm).

HEPA-filters werken zonder water en zijn dus niet doeltreffend om dampen of gassen tegen te houden. Plaats ze altijd voor de afzuiginstallatie en bij voorkeur bij het begin van de luchtkokers. Dan kunt u ze bij besmetting gemakkelijk vervangen vanuit het laboratorium. HEPA-filters kunt u niet opnieuw gebruiken: verwijder ze na gebruik.

De luchtsluis

Een toegangsluis is een andere verplichting voor een uitbater van een laboratorium van het type L3. De sluis is een overgangszone tussen het labo zelf en de omgeving. De deuren moeten uitgerust zijn met een automatisch sluitingssysteem dat verhindert dat de ingangsdeur van de sluis en de toegangsdeur tot het laboratorium tegelijk kunnen opengaan.

De toegang tot de sluis wordt gekwalificeerd als ‘schone zone’ die de gebruikers in staat stelt om zich om te kleden en die dient als vestiaire voor het personeel.

De tweede of ‘vuile zone’ moet netjes afgescheiden zijn van de toegang door een hindernis om over te stappen. Ze bevindt zich net voor de ingang van het laboratorium. Hier trekken de personeelsleden hun laboratoriumkleding aan en uit. Ze ontsmetten er ook hun handen voor ze de installatie verlaten. U moet in deze ruimte dus een manueel bediende wasbak plaatsen.

Belangrijk om te weten

Een luchtsluis is geen bergruimte! Men moet vermijden om er materiaal of uitrustingen te plaatsen zoals koelkasten, incubators of computers.

Onderhoud

Voor een goede werking van de installatie zijn controles, regelmatig onderhoud en herstellingen een noodzaak. Noteer al deze handelingen zorgvuldig in een onderhoudsboekje of register dat u ter beschikking houdt van Leefmilieu Brussel controleurs.

  • De ruimte voor microbiologische veiligheid: deze ruimte speelt een essentiële rol in de bescherming van de personeelsleden en van hun werkomgeving, daarom moet u ze laten keuren bij ingebruikname, bij elke verhuis en op regelmatige basis (minstens éénmaal per jaar).

    Let vooral op de luchtverplaatsingssnelheid, de degelijkheid van de filters, de luchtdichtheid van de kritische elementen en de luchtbehandelingstechniek.

     
  • HEPA-filters: plaats deze in hermetisch afgesloten kisten die kunnen worden ontsmet. Zorg dat niemand erbij kan. Laat ze tenminste eenmaal per jaar keuren en vervangen door een gespecialiseerde firma. U moet de filters vervangen als ze beschadigd zijn, als ze fouten vertonen of als hun luchtweerstand te hoog wordt voor het onderhoud van de luchtstroom en de vereiste druk.

    HEPA-filters hebben een levensduur van ongeveer 10 jaar. Een tip: het is vaak voordeliger om ze te vervangen op basis van hun vervuilingsgraad, en niet preventief. De aanwezigheid van stofdeeltjes verhoogt in feite de effectiviteit waarmee nieuwe stofdeeltjes worden tegengehouden. In de praktijk is vervanging meestal aangewezen om de vijf jaar.

     
  • Autoclaafbehandeling: het is belangrijk om te weten dat autoclaven van meer dan 25 liter onder de geklasseerde installaties vallen en dat er dus een milieuvergunning voor nodig is. Het koninklijk besluit van 18 oktober 1991 stelt dat: “elk druktoestel met een capaciteit die groter is dan 25 liter en die dampen produceert of verwarmt door een toevoeging van warmte, wordt beschouwd als een stoomgenerator”.

    Laat het apparaat, de veiligheidsonderdelen en de verwarmings- en regelingseenheden regelmatig nakijken, reinigen en onderhouden door een specialist.

De stoomgeneratoren zijn bovendien onderworpen aan twee onafhankelijke periodieke controles: het interne onderzoek waarvoor de periodiciteit afhankelijk is van het type apparaat en het externe onderzoek dat u tenminste eenmaal per jaar moet uitvoeren. De veiligheidsinstallatie van mobiele generatoren moet eveneens worden gecontroleerd door een erkende dienst vóór ingebruikname en na een verhuis.

Gebruikt u een autoclaaf om afval van het ingeperkt gebruik van GGO’s en/of pathogene organismen inactief te maken? Het besluit van 8 november 2001 voorziet dat dit procédé moet worden uitgetest en gevalideerd. Die validatie gebeurt op basis van een reeks testen van:

  • de temperatuurmeters;
  • de cyclussen van de autoclaafbehandeling (bereikte temperaturen, duur van de blootstelling aan de temperatuur, programmering);
  • ladingen (test van maximale lading, verdeling van de warmte in de kamer; temperatuur in het midden van de lading);
  • biologische validatie.

Luchtdichtheidscontrole: zorg voor regelmatige tests (om de 5 jaar) van de luchtdichtheid van uw laboratoria van type L3 door een gespecialiseerde firma.

Datum van de update: 04/07/2017