U bent hier

Huisvesting

Het besluit van 19 februari 2004  geeft uitvoering aan de Brusselse Huisvestingscode die is vastgelegd middels een ordonnantie . Daarin staat dat iedereen het recht heeft op een behoorlijke woning, d.i. een woning die beantwoordt aan de minimale vereisten inzake veiligheid, gezondheid en uitrusting. Om er over te waken dat het recht op een behoorlijke woning voor huurders en bewoners wordt gegarandeerd, werd de Directie Gewestelijke Huisvestingsinspectie opgericht.
De verplichte elementaire gezondheid, die in een besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering  geformuleerd is, omvat minimale normen met betrekking tot onder andere de vochtigheid en de verluchting, als ook de vorm van het gebouw inzake minimale oppervlakte.

Minimale normen met betrekking tot vochtigheid

Om inzake afwezigheid van vochtigheid aan de gezondheidsverplichtingen te voldoen, mag er geen permanente vochtigheid aanwezig zijn die zichtbare beschadigingen veroorzaakt op de wanden, net zomin als zwammen.
In de volgende gevallen worden de elementaire gezondheidsverplichtingen niet nageleefd:

  1. als er vochtinfiltratie is die wordt veroorzaakt door gebrekkige waterdichtheid van het dak, de muren of het buitenschrijnwerk, of door gebrekkige waterdichtheid van de sanitaire installaties, de afvoer van regenwater of de verwarming van de woning zelf of van een andere woning;
  2. als er vochtopstijging in de muren of via de vloeren is;
  3. als er permanent condensatie is die wordt veroorzaakt door de bouwvormen van het gebouw, onder normale gebruiksvoorwaarden, dit wil zeggen als het aantal aanwezigen in de woning niet overdreven groot is en als de vochtproductie aangepast is aan de bestemming van de lokalen, met normale verluchting voor het afvoeren van de vochtigheid.

Om inzake parasieten aan de gezondheidsverplichtingen te voldoen moeten de woning, de gemeenschappelijke ruimten en de omgeving vrij zijn van zwammen, parasieten, insecten, vogels of knaagdieren die gevaarlijk of schadelijk zijn voor de gezondheid van de bewoners. De aanwezigheid van de zwammen, parasieten, insecten, vogels of knaagdieren moet rechtstreeks veroorzaakt zijn door de staat van het gebouw en moet bij normale gebruiksvoorwaarden van de woning, de gemeenschappelijke ruimten en de omgeving worden beoordeeld.

Minimale normen met betrekking tot verluchting

In het besluit dat de elementaire verplichtingen formuleert staat dat de bewoonbare lokalen en de badkamers, douchekamers, wasruimten en WC’s moeten beschikken over een basisventilatie die verwezenlijkt wordt door hetzij:

  • een raam dat opent op de buitenlucht;
  • een afvoer van de verontreinigde lucht via een afsluitbare opening (minimaal nominaal ventilatiedebiet zoals weergegeven in de norm NBN D 50-001) die uitgeeft op de buitenlucht of op een leiding die met de buitenlucht verbonden is;
  • een mechanische afvoer van de verontreinigde lucht door middel van een goed werkende elektrische ventilator (minimaal nominaal ventilatiedebiet zoals weergegeven in de norm NBN D 50-001) die rechtstreeks uitgeeft op de buitenlucht of op een leiding die met de buitenlucht verbonden is.

De toevoer van frisse lucht moet in gelijke hoeveelheid als de afgevoerde lucht verzekerd zijn.

Van de verluchtingsplicht kan worden afgeweken voor het middenvertrek van een opeenvolging van vertrekken, op voorwaarde dat het niet om een slaapkamer gaat en dat het via minstens één openende deur verbonden is met een vertrek voorzien van een op de buitenlucht openend raam.

Minimale normen met betrekking tot de uitrusting van de woning

De minimale oppervlakte van de woning wordt, in functie van het aantal bewoners dat er permanent in verblijft bij het sluiten van de oorspronkelijke huurovereenkomst, als volgt vastgesteld :

  • een minimale oppervlakte van 18 m² voor één persoon
  • een minimale oppervlakte van 28 m² voor twee personen
  • een minimale oppervlakte van 33 m² voor drie personen
  • een minimale oppervlakte van 37 m² voor vier personen
  • een minimale oppervlakte van 46 m² voor vijf personen
  • voor elke bijkomende persoon vanaf de zesde wordt de minimale oppervlakte telkens met 12 m² verhoogd.
  • Deze minimale oppervlakte wordt teruggbracht tot 12 m² voor één persoon en tot 18 m² voor twee personen voor gemeubelde woningen en studentenwoningen.
  • Voor collectieve woningen worden de gemeenschappelijke ruimten meegeteld voor het berekenen van de oppervlakte van de woning pro rata het aantal permanent in de woning verblijvende bewoners bij het sluiten van de oorspronkelijke huurovereenkomst van iedere huurder.

De bewoonbare lokalen moeten minstens 70 % van deze minimale oppervlakten innemen.

Datum van de update: 13/09/2017