U bent hier

Luchtverversing

De benodigde hoeveelheid lucht is afhankelijk van een aantal factoren

De belangrijkste factoren zijn:

  • bezettingsgraad van de ruimte
  • aard van de activiteiten
  • afmetingen van het lokaal
  • hoeveelheid en aard van de verontreiniging (zowel afkomstig van binnen- als buitenshuis)
  • buitenklimaat
  • hygiënisch onderhoud 

Specifieke raadgevingen volgens ruimte en volgens situatie volgen in het werkinstrument.

De norm NBN D50-001 maakt een onderscheid tussen basisventilatie, intensieve ventilatie en ventilatie van speciale ruimten. Voorzieningen voor basisventilatie dienen een permanente en regelbare ventilatie onder ‘normale’ weers- en gebruiksomstandigheden te garanderen in de eigenlijke woonruimten. De norm schrijft een luchtverversing van 3,6 m³/u per m² vloeroppervlakte voor. Wat dit debiet concreet inhoudt verneemt u onder ‘Toevoer-Doorstroom-Afvoer’. Intensieve ventilatie (verluchten via opengaande ramen of deuren in buitenmuren) wordt dan aangeraden om voldoende luchtverversing te garanderen tijdens bijzondere omstandigheden (sterke bezonning, zeer warm weer, sterk verontreinigende activiteiten,…). Speciale ruimten zijn ruimten die niet tot de eigenlijke woonruimten behoren zoals kelder, garage, stookplaats, bergplaats,… die speciale voorzieningen nodig hebben.

Theoretisch is een luchtverversing van 3,6 m³/u per m² vloeroppervlakte vereist om een aanvaardbare luchtkwaliteit te garanderen. In de praktijk is dit nominaal ventilatiedebiet moeilijk nastreefbaar. Verluchten of ventileren gebeurt dan best zo efficiënt mogelijk.

De doeltreffendheid van verluchten of natuurlijk ventileren wordt hoofdzakelijk bepaald door het ventilatiedebiet maar ook door de bewegingen van de luchtstromen. Het ventilatiedebiet wordt bepaald door het temperatuurverschil tussen binnen en buiten, het windeffect en door de afmeting van de openingen. Voor de bewegingen van de luchtstromen zijn de vorm, de plaatsing en het aantal openingen bepalend. Bij éénzijdige verluchting speelt het temperatuurverschil tussen binnen en buiten en de hoogte van de opening een belangrijke rol.  

Toevoer-doorstroom-afvoer

Om een goede luchtverversing te garanderen, dient lucht aangevoerd te worden via droge ruimten, dient het vervolgens binnenshuis door te stromen om uiteindelijk in de natte ruimten afgevoerd te worden, waarbij per ruimte de luchttoevoer en –afvoer op elkaar afgestemd zijn. De luchtstroom dient permanent te zijn en het debiet kan eventueel aangepast worden aan de activiteiten in de woning. Het is belangrijk dat de ventilatievoorzieningen inbraakveilig en insectenwerend zijn en dat zowel voorzieningen voor toevoer, voor doorstroom als voor afvoer aanwezig zijn en optimaal functioneren, zoniet kan een voldoende luchtverversing niet gegarandeerd worden.

Datum van de update: 13/09/2017