U bent hier

Wetgeving betreffende de verontreinigde bodems

Vóór de ordonnantie van 13 mei 2014 betreffende het beheer van verontreinigde bodems was er geen specifieke wetgeving ter zake. De ordonnantie van 2004 werd vervolgens opgeheven en vervangen door de ordonnantie van 5 maart 2009, die de sanering niet beschouwd als de ultieme doelstelling, maar eerder een systeem ontwikkelt om de eventuele door deze terreinen veroorzaakte risico's te kunnen beheren. De ordonnantie van 2009 werd op haar beurt gewijzigd in 2017. De bedoeling is om de procedures te vereenvoudigen, sommige mechanismen te verduidelijken en de financiële hulp te optimaliseren.

Zodoende is het de bedoeling om het wegwerken, onder controle houden, indijken of verminderen van de verontreiniging te garanderen, zodat de aangetaste bodems, gezien het huidige of toekomstige gebruik ervan, geen zware bedreiging meer vormen voor de gezondheid of het leefmilieu.

Het risico wordt beoordeeld op basis van het huidige en toekomstige gebruik van het terrein. De ecologische en economische belangen worden tegenover elkaar afgewogen. Dit houdt in dat als er geen ernstig risico voor de gezondheid of het milieu bestaat, er geen sanering aan de onderneming kan worden opgelegd die zij financieel niet zou kunnen dragen.

Het is pas als een verontreiniging door één persoon wordt veroorzaakt en afzonderlijk kan worden geïdentificeerd (eenmalige verontreiniging) dat er wordt afgeweken van het basisprincipe van het risicobeheer en er wordt overgegaan tot een sanering.

Naast de ordonnantie van 2017 stelt deze rubriek u de verschillende uitvoeringsbesluiten voor betreffende het beheer van verontreinigde bodems in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Datum van de update: 28/07/2017