U bent hier

De inventaris van de bodemtoestand

carte_sol_bodemkaart.jpg

In 2002 heeft Leefmilieu Brussel op eigen initiatief en buiten elk wettelijk kader de eerste inventaris van verontreinigde en mogelijks verontreinigde terreinen samengesteld. Het oorspronkelijk doel was Leefmilieu Brussel te helpen bij een beter beheer van de milieuvergunningsdossiers. Bovendien verstrekte de inventaris  belangrijke informatie aan ondernemers die gronduitgravingen wilden doen in het kader van bouwwerken, om te vermijden dat werken zouden moeten worden stilgelegd met alle financiële gevolgen van dien. In de inventaris van 2002 werden de terreinen vooral opgenomen op basis van de milieuvergunningen die in het bezit waren van Leefmilieu Brussel.

In 2004 bekrachtigde de “Bodemordonnantie” deze inventaris en gaf Leefmilieu Brussel de taak een inventaris van verontreinigde bodems of bodems waarvoor er sterke aanwijzingen van verontreiniging waren, op te stellen en bij te houden. Leefmilieu Brussel moest de inhoud en de structuur van de bestaande inventaris aanpassen door er onder andere de referenties van de kadastrale percelen en hun eigenaars aan toe te voegen, alsook de risicoactiviteiten die plaatsvinden of hebben plaatsgevonden op de geïnventariseerde terreinen, om ze conform te maken met de ordonnantie van 2004.

In 2009 legde de nieuwe “Bodemordonnantie” Leefmilieu Brussel opnieuw op de structuur van de bestaande inventaris aan te passen en er bijkomende informatie in op te nemen. Onder andere de gekende ongevallen op de geïnventariseerde terreinen en hun veroorzakers, alsook de categorieën van de bodemtoestand. Meer bepaald geeft de inventaris van de bodemtoestand de volgende informatie weer:

  • het kadastraal perceelnummer van elke site;
  • de bestemming die wordt voorgeschreven door de bestemmingsplannen;
  • de risicoactiviteiten die er plaatsvinden;
  • de risicoactiviteiten die er in het verleden hebben plaatsgevonden;
  • de identificatie van de exploitant(en) van deze activiteiten;
  • de ongelukken die zich hebben voorgedaan, en waarbij er een risico van verontreiniging van de bodem of van het grondwater is;
  • de veroorzakers van deze ongelukken;
  • de categorie van de bodemtoestand;
  • de reeds uitgevoerde onderzoeken;
  • de eindbeoordelingen en de slotverklaringen;
  • de followup- en noodmaatregelen die werden opgelegd als gevolg van deze onderzoeken.

Volgens de ordonnantie van 2009, gewijzigd door de ordonnantie van 2017, ligt de bewijslast voor het vermoeden van verontreiniging nu bij Leefmilieu Brussel en niet langer bij de houder van zakelijke rechten.

Datum van de update: 02/08/2017