U bent hier

Wanneer dient er een verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd?

De Bodemordonnantie voorziet dat een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd dient te worden :

1)      Ten laste van de houder van een zakelijk recht (doorgaans een eigenaar) :

De akten van familiale aard werden uitgesloten uit het toepassingsgebied van de Bodemordonnantie door een regeringsbesluit.

2)      Ten laste van de huidige uitbater van een risicoactiviteit:

  • uiterlijk zes maanden na de stopzetting van deze risicoactiviteit;
  • vóór de overdracht van de milieuvergunning voor deze risicoactiviteit;
  • vóór de eerste actualisering van de voor de inrichting afgeleverde milieuvergunning na 7 januari 2013 voor een risicoactiviteit vallend onder de toepassing van het besluit van 21 november 2013 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging door industriële emissies;
  • vóór de verlenging van de milieuvergunning voor een risicoactiviteit wanneer de afleverende overheid vaststelt dat de inrichting voor de volledige duur van haar exploitatie niet was uitgerust met preventiemaatregelen ter garantie van de bodembescherming of dat die maatregelen onvoldoende werden gecontroleerd en onderhouden.

3)      Ten laste van de aanvrager van een milieuvergunning: 

  • vóór de aflevering (of de uitbreiding) van een milieuvergunning voor het uitoefenen (of toevoegen) van een (nieuwe) risicoactiviteit;
  • vóór de aflevering van een milieuvergunning voor handelingen of werken in contact met de bodem op meer dan 20 m² op een perceel dat in de inventaris van de bodemtoestand is opgenomen in categorie 0 of een categorie gecombineerd met 0.

4)      Ten laste van de aanvrager van een stedenbouwkundige vergunning:

  • vóór de aflevering van een stedenbouwkundige vergunning voor handelingen of werken in contact met de bodem op meer dan 20 m² op een perceel dat in de inventaris van de bodemtoestand is opgenomen in categorie 0 of een categorie gecombineerd met 0.

5)      Andere mogelijke gevallen:

  • indien een bodemverontreiniging wordt ontdekt bij de voorbereiding of uitvoering van uitgravingswerken, ten laste van de persoon die de uitgravingswerken uitvoert of voor wiens rekening deze werken verricht worden of, bij ontstentenis van deze, ten laste van de houder van de zakelijke rechten;
  • indien er op een terrein een gebeurtenis plaatsvindt die bodemverontreiniging veroorzaakt (bijv. het overlopen van een stookolietank), ten laste van de persoon die de gebeurtenis heeft veroorzaakt of, wanneer het onmogelijk blijkt deze persoon te identificeren, ten laste van de huidige exploitant van het terrein, of bij ontstentenis van deze, ten laste van de houder van zakelijke rechten;
  • in geval van een onteigening van een terrein dat in de inventaris van de bodemtoestand is opgenomen in categorie 0 of in een categorie gecombineerd met 0, ten laste van de onteigenende overheid, vóór het voorlopig vonnis betreffende deze onteigening;
  • in geval van een faillissement van de huidige exploitant van de risicoactiviteit, op initiatief van de curator en ten laste van de boedel;
  • in geval van een gedwongen verkoop, ten laste van de koper of de schuldeiser, ten laatste binnen een termijn van 120 dagen na het ogenblik waarop de verkoop definitief is geworden, op voorwaarde dat er een financiële zekerheid is gesteld. 
Datum van de update: 21/06/2017