U bent hier

Prospectief bodemonderzoek

Doel van een prospectief bodemonderzoek

Het prospectief bodemonderzoek spoort eventuele verontreiniging van bodem of grondwater op, bepaalt de omvang in ervan termen van concentratie, stelt de globale ruimtelijke verspreiding vast en maakt een eerste raming van de graad van verontreiniging van bodem en grondwater. Deze eerste stap levert een identificatie van de ‘vijand’ om hem efficiënter te bestrijden.

Wanneer moet u een prospectief bodemonderzoek uitvoeren?

Een prospectief bodemonderzoek is nodig:

  • bij het einde van een activiteit;
  • bij verandering van uitbater;
  • bij intrekking of vernieuwing van de milieuvergunning ;
  • op vraag van het Leefmilieu Brussel, als dit een risico op verontreiniging vermoedt;
  • uiterlijk op 1 januari 2007 voor gerenoveerde benzinestations die zich zo in orde stellen met de voorwaarden van het besluit.

Eerst en vooral

Voor u aan het bodemonderzoek begint, moet u een voorstel indienen bij het Leefmilieu Brussel. Dat beschrijft de context van het onderzoek (terreineigenaar, uitbater, geschiedenis, …) en stelt de geplande boringen voor. Die voorziene boringen zijn van groot belang in de mate dat de juistheid van de resultaten van het onderzoek voor een groot deel afhankelijk is van een maximale dekking van de risicozones.

Start van het onderzoek

Het Leefmilieu Brussel heeft dertig dagen om uw voorstel goed te keuren. Met het – eventueel stilzwijgend – akkoord mag u het bodemonderzoek starten. Het besluit ‘benzinestations’ legt op dat het verantwoordelijke studiebureau moet erkend zijn in de discipline ‘bodemverontreiniging’ van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hierin wijkt het af van de bepaling van de ordonnantie ‘bodem’.

U moet een verslag van het prospectief bodemonderzoek indienen binnen de 90 dagen na de goedkeuring van het voorstel. Het Instituut heeft dan opnieuw dertig dagen om het goed te keuren en eventuele opmerkingen te formuleren.

 

Datum van de update: 21/06/2017