U bent hier

Gevaarlijke vloeibare en vaste afvalstoffen van de automobielsector

Carrosseriebedrijven, garagisten en andere actoren uit de automobielsector gebruiken voor hun beroepsactiviteiten producten en materialen die gevaarlijk afval produceren:

  • verdunners, lak, verf, …;
  • lege verf- en lakpotten;
  • filters en maskers;
  • schuurpapier;
  • doeken doordrenkt met gevaarlijke producten;
  • afdekschermen of -tape;

Ontdek in onze lijst het afval dat in uw sector het meest voorkomt en dat als gevaarlijk wordt bestempeld. U moet dit afval verwijderen met naleving van de specifieke verplichtingen voor gevaarlijk afval.

Preventie

Het beste afval is natuurlijk het afval dat niet bestaat. En dat geldt des te meer voor gevaarlijk afval. Beperk dit afval dus en hergebruik uw materiaal waar mogelijk. Niet alleen het milieu wint daarbij, maar u ook. Minder of geen afval betekent altijd minder kosten en meer besparingen.

Wat kunt u doen?

Voor kleefband en beschermpapier:
  • controleer of u ze opnieuw kunt gebruiken wanneer u ze van het gerepareerde voertuig trekt;
  • gebruik toestellen waarmee u zelfklevend papier in het juiste formaat kunt maken.
Voor verf en lak:
  • hergebruik de doeken en mengpotten die u nodig hebt voor de voorbereiding van de verf;
  • voorzie kleine hoeveelheden lak of verf. Het is beter om er indien nodig bij te maken;
  • gebruik ‘high volume low pressure’ verfpistolen;
  • pas de techniek ‘uitdeuken zonder herschilderen’ toe;
  • overweeg de aankoop van een pers als u er grote hoeveelheden van gebruikt om het volume van uw lege, niet-herbruikbare potten tot een strikt minimum te beperken. Voor die pers hebt u soms een milieuvergunning nodig.

Waar naartoe met uw gevaarlijk afval?

Dit afval is gevaarlijk. U moet dus bepaalde veiligheidsmaatregelen in acht nemen:

Opslag

Laat gevaarlijke producten nooit op de grond of in de afvoer lopen, en verbrand uw afval nooit.

Bewaar gevaarlijk afval altijd in afgesloten, waterdichte containers die bestand zijn tegen het afval dat ze bevatten, en dan vooral tegen:

  • producten die solventen bevatten;
  • het materiaal dat door deze producten is vervuild;
  • filterdoeken;
  • schuurafval.

De houders en verpakkingen van gevaarlijke stoffen moeten een label met de volgende informatie dragen:

  • de naam van de gevaarlijke stof;
  • specifieke gevaarmeldingen en de bijbehorende symbolen. Deze symbolen zijn zwart op een gele achtergrond;
  • zinnen die de bijzondere risico’s van de inhoud vermelden;
  • zinnen met voorzorgsadvies om alle risico’s te beperken;
  • de naam en het adres van de fabrikant of verdeler.

Roken in de opslagruimte is ten strengste verboden. Dat verbod moet duidelijk zijn aangegeven op alle toegangsdeuren tot de ruimte en binnen worden herhaald met behulp van de gebruikelijke symbolen.

Sluit de containers goed af en plaats ze in een geventileerde ruimte, ver van ontvlambare producten.

Niet-compatibele stoffen (risico op een reactie die kan leiden tot gevaarlijke gassen of uitstoot, of gevaarlijke situaties zoals brand, een explosie, een exothermische reactie, …) houdt u het best op voldoende afstand of van elkaar gescheiden door harde en vuurvaste wanden. Zorg er in dit geval voor dat elk compartiment goed is geventileerd.

Raadpleeg de informatie op de veiligheidsfiches van de verschillende stoffen in de ruimte om te bepalen welke stoffen niet-compatibel zijn.

Bewaar niet-compatibele gevaarlijke vloeistoffen in van elkaar gescheiden inkuipingen.

Inzameling

Doe een beroep op een door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest erkende ophaler en hou een register ter beschikking van de gewestelijke overheid. Concreet bevat dit register een kopie van elk bewijs van de inzameling van gevaarlijk afval. U moet dit bewijsmateriaal (facturen, inzamelingsbonnen, enz.) vijf jaar bewaren. 

 

 

Datum van de update: 09/02/2017