U bent hier

Focus : Verontreiniging van de binnenlucht

Context

De Regionale Cel voor Interventie bij Luchtvervuiling (RCIB) werd opgericht in februari 2000 in partnership met het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV) en de Vlaamse Vereniging voor Respiratoire Gezondheidszorg en Tuberculosebestrijding (VRGT). Als een arts vermoedt dat een gezondheidsprobleem verband houdt met de aanwezigheid van vervuiling binnen de woonst van zijn patiënt, kan hij de interventie vragen van de RCIB. Een team dat bestaat uit analisten en een sociale verpleegster gaat dan naar de woonst van de patiënt om chemische en biologische monsters te nemen en een vragenlijst in te vullen met de bewoner. Na analyse en becommentariëring van de resultaten bij de arts die contact had opgenomen met de cel, wordt specifiek advies gegeven. Na één jaar wordt opnieuw contact opgenomen met de arts en zijn patiënt om de gezondheidstoestand van deze laatste te beoordelen.

Alle anonieme gegevens die tijdens de enquêtes werden vergaard, worden ingevoerd in een database. Het gaat meer specifiek om informatie ingewonnen bij de bewoner en de huisarts, de resultaten van de chemische, biologische en fysieke analyses van de woning, en de gegevens afkomstig van de evaluatie uitgevoerd bij de patiënt en de arts. De gegevensverwerking brengt enerzijds de belangrijkste woningproblemen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan het licht en anderzijds de gedragingen die schadelijk zijn voor een gezonde woonst.

Oorsprong van problemen met schimmels

Een van de meest voorkomende problemen is de aanwezigheid van schimmels in de woning. In verscheidene recente epidemiologische studies worden deze als de boosdoener bestempeld bij ademhalingsaandoeningen, zoals rinitis, allergische bronchitis, astma en allergieën.

Schimmel in de woonst heeft meestal te maken met vocht in de woning, in het bijzonder vocht afkomstig van huishoudelijke activiteiten en van de menselijke aanwezigheid. Te veel vochtigheid in combinatie met onvoldoende luchtverversing kan inderdaad fenomenen van condensatie met zich meebrengen op de koudste plekken van de woning (belangrijkste oorzaak voor vochtproblemen binnen de woning).

Wegens de stijging van de energiefactuur heeft de isolatie van de gebouwen (vereist vanuit energetisch standpunt en goed voor het leefmilieu) in sommige gevallen het verschijnen van nieuwe fenomenen met zich meegebracht (onder meer door de vervanging van enkele beglazing door dubbele, soms zelfs driedubbele beglazing). Voordien vertegenwoordigden de ramen met enkel glas de koudste oppervlakten van een gebouw, het teveel aan waterdamp condenseerde bij voorkeur daar om daarna naar buiten geëvacueerd te worden door de afvoergaten. Momenteel kunnen, in het geval van een dubbele of driedubbele beglazing, de koudste oppervlakken zich ter hoogte van de muren bevinden. De gevoeligste zones worden zo de raamlijsten, de betonnen of metalen lateien en de muren die het meest zijn blootgesteld aan koude; dit is vooral het geval daar waar zich onderbrekingen voordoen in de isolatie van de gevel, of nog voor de muren die minder goed verwarmd zijn achter meubels of in wandkasten. In dat geval spreekt men van warmtebruggen (onderbreking in de isolatie); die plekken zijn bijzonder vatbaar voor de ontwikkeling van schimmels.

Het is dus bijzonder belangrijk om de vaklui uit de bouwsector te sensibiliseren om de isolatiewerken te combineren met een aangepaste ventilatie en om warmtebrugfenomenen te vermijden.

Naast die productie van waterdamp die voortvloeit uit het gedrag van de bewoners kan het vocht ook zijn oorsprong vinden in het ontwerp van het gebouw of het gevolg zijn van toevallige gebeurtenissen. Dat is het geval bij opstijgend vocht, indringing van neerslag en bij waterschade.

Profiel van de bezochte woningen

Om de oppervlakte van zichtbare schimmels te beoordelen, werd een eenvoudige schaal ontwikkeld. Aan elke bestudeerde ruimte wordt een index van 0 tot 3 toegekend in functie van de omvang van de besmetting:

  • 0: geen schimmel
  • 1: < dan 0,3 m²
  • 2: tussen 0,3 en 3 m²
  • 3: < dan 3 m²

Het eigendomsprofiel van de woningen die door de RCIB werden bezocht, kan als volgt worden ingedeeld: 34 % eigenaars, 48 % privé huurwoningen en 18 % sociale woningen. Wij geven ter vergelijking de cijfers voor het immobiliënpark van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: dit bestond in 2006 voor 42% uit eigenaars, voor 47% uit privé huurwoningen en voor 11% uit sociale woningen. In vergelijking met het Brusselse immobiliënpark zijn de sociale woningen dus oververtegenwoordigd in de door de RCIB bezochte woningen. Daartegenover is de categorie van eigenaars ondervertegenwoordigd.

Onderstaande figuur bevat alle enquêtes van de RCIB uitgevoerd tussen 2002 en 2009, verdeeld volgens de drie klassen: eigenaars, huurders en sociale woningen. Voor elk van die klassen werd de verdeling van de schimmelindex in beeld gebracht.

Proportie van de verschillende waarden van de zichtbare-schimmelindex in de woningen bezocht door de RCIB, in functie van het type woning.

Bron: Leefmilieu Brussel, RCIB



We merken op dat eigenaars grosso modo geen problemen hebben met schimmels. Aan de andere kant hebben zowat 30% van de sociale woningen minstens één ruimte met meer dan 3 m² zichtbare schimmels en minder dan 30% hebben geen zichtbare schimmelvlekken. Voor vele sociale woningen is een belangrijke en kostelijke renovatie vereist, onder meer wat de thermische isolatie van het gebouw betreft. Naast die vaststellingen die eigen zijn aan de bouw, speelt ook het gedrag van de bewoners die zich weinig bewust zijn van de problematiek van de kwaliteit van de binnenlucht. Zo hebben sommigen de neiging om zich op te sluiten om tocht te vermijden en ze verluchten niet tijdens het koken, bij het nemen van een bad of een douche of wanneer ze de was drogen. De overbevolking die soms wordt waargenomen in dit type woning, is ook een belangrijke factor voor de toename van de luchtvochtigheid.

De situatie van de huurders ligt tussen die twee uitersten in. Meer dan 30 % van deze woningen heeft geen enkel probleem met schimmel maar meer dan 20 % hebben minstens één ruimte met meer dan 3 m² zichtbare schimmel. Dat belangrijke aandeel aan zwaar aangetaste privé huurwoningen is deels te verklaren door het feit dat het RCIB-team tussenkomt in vele woningen waar mensen leven die op een wachtlijst staan voor een sociale woning. Deze woningen zijn meestal weinig onderhouden of soms gewoon onbewoonbaar, maar wel nog te betalen voor deze mensen. Deze huurders hebben meestal niet de financiële middelen om te verhuizen en worden op die manier lang blootgesteld aan een belangrijke schimmelbesmetting.

Wij kunnen besluiten dat de vochtproblemen in de woning vooral te wijten zijn aan de condensatie van waterdamp geproduceerd door huishoudelijke activiteiten. Een gebrek aan verluchting, de overtollige productie van waterdamp en eventuele structurele problemen aan het gebouw zijn de oorzaken van deze excessieve vochtigheid. De ergste gevallen worden aangetroffen bij mensen die het moeilijk hebben. Het risico op woekering van schimmels in hun woonomgeving wordt in de hand gewerkt door hun gedrag, de verouderde woning en de overbevolking.

Bronnen

  • Partenariat pour l’interprétation des données de la Cellule Régionale d’Intervention en Pollution Intérieure (CRIPI) (rapport IBGE-ULg) Verslag van het proefonderzoek (verslag BIM-ULg)

 

 

Datum van de update: 06/10/2016